Eva Beyts

Als projectingenieur in de bouw loste Eva problemen op de werf op. Bij YAR komt dat probleemoplossend vermogen nog altijd van pas. Alleen draait het nu niet meer om beton en planning, maar om jongeren. Hoe belandt een burgerlijk ingenieur bouwkunde in de bijzondere jeugdzorg? En wat doet zo’n switch met een mens?

Van exacte naar politieke en sociale wetenschappen

“Ik had een wiskundeknobbel en interesse in architectuur en wetenschappelijk tekenen. Mijn studiekeuze lag in ‘t verlengde van datgene waarin ik goed was. En met een diploma burgerlijk ingenieur kun je veel kanten op. Al moet ik toegeven dat ik vooral de wiskunde tof vond en de rest vrij saai.”

Na een paar jaar werken als projectingenieur bij Besix, staken de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne stokken tussen de wielen. “Ik hield van mijn job op werven, maar die lagen stil. Op kantoor verveelde ik me, puur theoretische bouwkunde lag mij niet.” Eva besliste om zich te heroriënteren en nieuwe studies aan te vangen: conflict & development, binnen de politieke en sociale wetenschappen. “Ik was altijd al gefascineerd door geschiedenis, wat er in de wereld gebeurt, waarom mensen doen wat ze doen, hoe ideologieën in elkaar zitten, hoe conflicten ontstaan.”

Vrijwilligerswerk als voorproefje

Eva kwam in contact met YAR toen ze nog bij Besix aan boord was. Een kennis had erover verteld, en het triggerde haar. “Nog voor de infoavond had ik al beslist dat ik zou instappen als vrijwillige medewerker. Jongeren liggen mij na aan ‘t hart. Er worden vaak keuzes voor hen gemaakt en het ontbreekt ze soms aan zelfbeschikking. Bij YAR worden jongeren net in hun kracht gezet en er wordt echt naar hen geluisterd, dat sprak mij enorm aan.”

Eva deed drie natrajecten en raakte bevriend met Nele, vandaag haar collega. “Op een gegeven moment zei ik tegen Nele: eigenlijk zou ik supergraag de job van jouw collega willen. (lacht) Toen die rol bij mijn afstuderen ook effectief vrijkwam, heb ik direct gesolliciteerd.”

Bouwen aan de maatschappij in plaats van bouwen met stenen – een serieuze ommezwaai. “Mijn visie op de samenleving is gaandeweg veranderd. Ik voel me niet meer comfortabel in die pure profitsector. Ik kom uit een warm nest, heb een fijne jeugd gehad. Geprivilegieerd ook, besef ik maar al te goed. Mijn mama was leerlingenbegeleider en trok het type jongeren aan dat ook bij YAR terechtkomt. Ze heeft mij meegegeven dat je er moet zijn voor anderen, dat je door gedrag heen moet kijken.”

Confronterende ervaring

Sinds anderhalf jaar is ze programmamanager. Wat ze het meest confronterend vindt, zijn niet de verhalen van de jongeren, want die had ze verwacht. Het is de confrontatie met zichzelf.

“Ik heb me al dikwijls afgevraagd waarom ik dat gevoel bij YAR heb en niet in mijn eerdere jobs. Ik ben mezelf hier tegengekomen. Waarom reageer ik op die manier? Waarom lukt mij dit niet? Waarom krijg ik hier stress van? Ik bots soms met mezelf in deze functie, en dat had ik wel wat onderschat.”

Persoonlijke ontwikkeling en reflectie over het eigen zijn, maken deel uit van de job. “Vroeger was ik mega-ambitieus. Ik wou mezelf bewijzen in dat mannenbastion van de bouw. Dat heb ik toch wat losgelaten. Ik ben nog altijd ambitieus, maar ik zie wel waar het leven me brengt.”

Steentjes verleggen

YAR bracht Eva nog iets anders: haar lief Flo. Ze leerde hem kennen toen ze allebei vrijwilligerswerk deden bij de organisatie. “We hadden een tof groepje tijdens het natraject. Dat is nog zoiets dat me opvalt bij YAR: het communitygevoel. Voor mij is dat een van de mooiste dingen aan de organisatie en wat ik daarin kan betekenen.”

“Soms ben ik overweldigd door alles wat er in de wereld aan de gang is. Bij YAR doen we iets concreets. Het is misschien maar een klein steentje dat we verleggen, maar voor de jongeren betekent het ontzettend veel. We maken op kleine schaal de wereld een beetje mooier door een veilige ruimte te creëren en er echt te zijn.”

In haar vrije tijd probeert Eva meer de rust op te zoeken. Lezen, bekomen van de hectiek, met Flo op reis gaan. “Ik heb een druk sociaal leven en geniet daar ook van. Maar sinds ik bij YAR werk, heb ik meer nood aan  vertragen af en toe.”

Op de vraag naar haar toekomstplannen, heeft ze geen pasklaar antwoord. “Het is zeker mijn intentie om lang bij YAR te blijven, maar ik vind het moeilijk om ver vooruit te kijken. Ik heb geen idee hoe mijn leven er binnen vijf jaar gaat uitzien. Zonder de coronacrisis stond ik misschien nog altijd op de werf. Soms gebeuren er onverwacht dingen die je dwingen om keuzes te maken, en ik ben alleszins blij met mijn keuze voor YAR.”


Tekst: Peggy Van der Auwera © Fotografie: Renaat Nijs