Peter Brants in het kort

  • Voormalig voorzitter van YAR Vlaanderen, nu nog bestuurslid
  • Orthopedagoog en raadgever rond jeugdzorg
  • Medeoprichter van het Kinderrechtencommissariaat
  • Opgevolgd als voorzitter door Serge Van Houten

Aan de grondslag van YAR

Twintig jaar geleden werkte Peter Brants op het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, waaronder ook jeugdzorg valt. Zo leerde hij Youth At Risk (YAR) kennen, toen nog een Amerikaans programma dat in Nederland draaide. De doelgroep: jongeren met een MOF-profiel (als misdrijf omschreven feit).

Mede door toedoen van Peter werd YAR opgenomen in het globaal plan voor jeugdzorg, en in 2006 voor het eerst op poten gezet in Vlaanderen. “Ik was er van in het begin bij. Toen mijn tijd bij het kabinet erop zat, ben ik bestuurslid geworden, en pakweg tien jaar later voorzitter. Begin dit jaar heeft Serge Van Houten mij opgevolgd.”

Inhoudelijk sterk programma

Orthopedagoog, raadgever rond jeugdzorg, medeoprichter van het Kinderrechtencommissariaat – Peters loopbaan draaide vooral rond opvoeding, jongeren, gedragsproblemen. Zijn engagement voor YAR kwam dan ook niet uit de lucht vallen. “We hebben het programma in Vlaanderen binnengebracht voor twee redenen. Er was de economische overweging – YAR kostte verhoudingsgewijs minder dan residentiële opvang zoals een gesloten instelling. Maar even belangrijk: we zagen dat YAR wérkte. Minder delicten, minder politiecontacten, minder herval. Naast de economische redenen woog vooral de inhoudelijke kracht van het programma door.”

De voorbije twee decennia is YAR enorm gegroeid, en al die tijd was Peter er op een of andere manier bij betrokken. “Ik heb YAR zien groeien in werkingsgebied, maar vooral zien professionaliseren. De programma’s vormen vandaag een structureel aanbod in de jeugdzorg.”

Vreemde eend in de bijt

Peter kent YAR als zijn broekzak. Een van de mooiste eigenschappen volgens hem: de betrokkenheid van de samenleving. “YAR draait verhoudingsgewijs op een kleine professionele equipe en een groot netwerk van vrijwilligers uit alle hoeken van de samenleving. Mensen die iets willen betekenen voor jongeren, die begaan zijn met het programma, die bereid zijn om het mee te dragen. Dat is trouwens niet vrijblijvend. Want door die intensieve betrokkenheid en onderdompeling, maken de vrijwilligers zelf een groeiproces door.”

YAR Vlaanderen is, in Peters woorden, ‘een vreemde eend in de bijt’ in de jeugdzorg. “Niet alleen door de rol van de samenleving en het unieke protocol, maar ook door de focus op kwaliteit en effectiviteit. YAR heeft veel middelen ingezet om na te gaan of de programma’s echt werken en hoe ze jongeren ten goede komen. Kijk naar het wetenschappelijk onderzoek van UCLL, of research zoals die van Peggy De Prins. Alles is sterk onderbouwd, iets wat ik bijzonder waardevol vind.”

Tijd voor een wissel

Bijna 11 jaar geleden kwam Koen Froberg aan boord als directeur van de organisatie. “Ik heb Koen nog aangeworven. Hij heeft de organisatie geprofessionaliseerd en is heel veelsporig in zijn inzet. YAR krijgt veel gedaan met een beperkte bemanning qua vaste medewerkers.”

Begin dit jaar besliste Peter om de voorzittersfakkel door te geven, maar hij blijft wel aan boord als bestuurslid. “Het bestuursorgaan is vrij klein en een deel van de ploeg is al lang op post. Op de duur wordt het een uitdaging om dat orgaan voldoende actief te houden en zuurstof te geven. Het bestuur moet tenslotte sturen op strategische lijnen en mee de koers uitzetten. Een nieuwe voorzitter zorgt voor een frisse wind en brengt weer andere perspectieven mee.”

Het kantelpunt

Wat blijft er hangen na al die jaren? Voor Peter zit het antwoord in een klein inzicht met een groot effect. “Als ik meeging op residentie, zag ik hoeveel verlies en ellende die jongeren soms al hebben meegemaakt. Dat geldt ook buiten de muren van de programma’s – iedereen komt weleens iets tegen. Wat het programma van YAR doet, is je helpen een punt te bepalen waarop je zegt: nu ga ik het anders bekijken. Maar dat lukt niet alleen. Daarvoor heb je een netwerk nodig dat je mee steunt om dat kantelpunt te maken.”